秋
Aki
De maan, de bladeren, de avond.
- 216 枯朶に烏のとまりけり秋の暮 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
- 106 秋の日は釣瓶落とし De herfstzon valt als een emmer in de put.
- 107 物言えば唇寒し秋の風 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.
- 211 名月や池をめぐりて夜もすがら Volle maan — heel de nacht liep ik rond de vijver.
- 181 秋深き隣は何をする人ぞ Diepe herfst — mijn buurman, wat doet hij toch?
- 126 一葉落ちて天下の秋を知る Eén blad valt, en men weet dat de herfst over de wereld komt.
- 293 秋の田のかりほの庵の苫をあらみ我が衣手は露にぬれつつ In de wachthut van de herfstrijstvelden, met zijn te losse dak van riet, worden mijn mouwen nat van de dauw.
- 276 六日の菖蒲、十日の菊 Iris van de zesde, chrysant van de tiende: één dag te laat.