Karakter · De tijd
春
はる haru
lente
Opbouw
Oorsprong
Oorspronkelijk scheuten die de grond doorboren onder de zon 日, met 屯 voor de klank: het seizoen waarin alles kiemt.
Spreekwoorden met dit karakter
- 167 春の海ひねもすのたりのたりかな Lentezee — heel de dag deint ze, deint ze zachtjes.
- 215 行く春や鳥啼き魚の目は泪 De lente vertrekt — vogels schreeuwen, er staan tranen in het oog van de vissen.
- 221 めでたさも中位なりおらが春 Een geluk, heel middelmatig, welbeschouwd — mijn eigen nieuwjaar.
- 232 春や昔十五万石の城下かな Lente — eertijds een fiere stad aan de kasteelvoet, honderdvijftigduizend koku.
- 286 春はあけぼの In de lente is het de dageraad.