KANAE

Fude

Sei Shōnagon, Kenkō, Chōmei, Sōseki.

12 items

  1. 290 De Japanse poëzie heeft het mensenhart als zaad, waaruit myriaden bladeren van woorden groeien.
  2. 286 In de lente is het de dageraad.
  3. 287 Laat een huis met het oog op de zomer worden gebouwd.
  4. 288 Zelfs voor een kleine zaak is een gids wenselijk.
  5. 109 De rivier stroomt zonder ophouden, en toch is het nooit hetzelfde water.
  6. 289 Het schuim dat op het stille water drijft, lost hier op, vormt zich daar opnieuw, en blijft nooit lang.
  7. 291 De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
  8. 292 Uitkomend op de baai van Tago zie ik: op de hoge top van de Fuji, wit, de sneeuw die nog valt.
  9. 294 Te veel verstand stoot. Te veel gevoel sleurt mee. Te veel wil knelt. Waarlijk, de mensenwereld is moeilijk bewoonbaar.
  10. 295 Niet wijkend voor de regen, niet wijkend voor de wind.
  11. 297 Geheim gehouden wordt het de bloem.
  12. 300 Vergeet de bloem van je begin niet.