KANAE

Haijin

Bashō, Issa, Buson, Shiki.

19 items

  1. 160 Oude vijver — een kikker springt erin, geluid van water.
  2. 161 Wat een stilte — het lied van de cicaden dringt de rotsen binnen.
  3. 162 De junigenregens verzamelend stroomt snel de Mogami.
  4. 107 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.
  5. 163 Magere kikker, geef je niet gewonnen — Issa is hier.
  6. 164 Musjes, opzij, opzij! Het paard komt voorbij.
  7. 166 „Pak de maan voor mij!” huilt het kind.
  8. 165 Een winde heeft mijn putemmer gegrepen — ik vraag water bij de buren.
  9. 167 Lentezee — heel de dag deint ze, deint ze zachtjes.
  10. 168 Koolzaadveld — de maan in het oosten, de zon in het westen.
  11. 209 Zomergras — van de dromen der krijgers, ziedaar wat rest.
  12. 211 Volle maan — heel de nacht liep ik rond de vijver.
  13. 213 Woeste zee — uitgestrekt over het eiland Sado, de Melkweg.
  14. 216 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
  15. 219 Deze weg — niemand anders die hem gaat. Herfstavond.
  16. 220 De sneeuw is gesmolten — het dorp stroomt vol kinderen.
  17. 223 Sla haar niet! De vlieg wringt haar handjes, wringt haar pootjes.
  18. 230 Telkens en telkens weer vraag ik: de sneeuw, hoe hoog ligt hij nu?
  19. 234 Hoe diep ik ook doordring, steeds dieper doordring — blauwe bergen.