俳人
Haijin
Bashō, Issa, Buson, Shiki.
- 160 古池や蛙飛び込む水の音 Oude vijver — een kikker springt erin, geluid van water.
- 161 閑さや岩にしみ入る蝉の声 Wat een stilte — het lied van de cicaden dringt de rotsen binnen.
- 162 五月雨をあつめて早し最上川 De junigenregens verzamelend stroomt snel de Mogami.
- 107 物言えば唇寒し秋の風 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.
- 163 やせ蛙負けるな一茶これにあり Magere kikker, geef je niet gewonnen — Issa is hier.
- 164 雀の子そこのけそこのけお馬が通る Musjes, opzij, opzij! Het paard komt voorbij.
- 166 名月を取ってくれろと泣く子かな „Pak de maan voor mij!” huilt het kind.
- 165 朝顔に釣瓶とられてもらい水 Een winde heeft mijn putemmer gegrepen — ik vraag water bij de buren.
- 167 春の海ひねもすのたりのたりかな Lentezee — heel de dag deint ze, deint ze zachtjes.
- 168 菜の花や月は東に日は西に Koolzaadveld — de maan in het oosten, de zon in het westen.
- 209 夏草や兵どもが夢の跡 Zomergras — van de dromen der krijgers, ziedaar wat rest.
- 211 名月や池をめぐりて夜もすがら Volle maan — heel de nacht liep ik rond de vijver.
- 213 荒海や佐渡によこたふ天河 Woeste zee — uitgestrekt over het eiland Sado, de Melkweg.
- 216 枯朶に烏のとまりけり秋の暮 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
- 219 この道や行く人なしに秋の暮 Deze weg — niemand anders die hem gaat. Herfstavond.
- 220 雪とけて村いっぱいの子どもかな De sneeuw is gesmolten — het dorp stroomt vol kinderen.
- 223 やれ打つな蠅が手をすり足をする Sla haar niet! De vlieg wringt haar handjes, wringt haar pootjes.
- 230 いくたびも雪の深さを尋ねけり Telkens en telkens weer vraag ik: de sneeuw, hoe hoog ligt hij nu?
- 234 分け入っても分け入っても青い山 Hoe diep ik ook doordring, steeds dieper doordring — blauwe bergen.