時
Tijd
Per vorm Alle SpreekwoordenVier tekensOnvertaalbare woordenVerhalen achter uitdrukkingenHaiku · Per thema GeduldVolhardingWerkDisciplineBandenMoedNederigheidLerenLevenVallen & opstaanNatuurTijd ·
- 009 思い立ったが吉日 De beste dag om te beginnen is de dag waarop je eraan denkt.
- 016 温故知新 Verwarm het oude om het nieuwe te kennen.
- 026 覆水盆に返らず Gemorst water keert niet terug in de schaal.
- 027 後悔先に立たず Spijt komt nooit vóór de daad.
- 065 時は金なり Tijd is geld.
- 066 光陰矢の如し De tijd vliegt als een pijl.
- 067 歳月人を待たず De jaren wachten op niemand.
- 068 一期一会 Eén leven, één ontmoeting.
- 071 明日は明日の風が吹く Morgen waait de wind van morgen.
- 076 人間万事塞翁が馬 Alles in het leven is als het paard van de oude man.
- 078 待てば海路の日和あり Wie kan wachten, ziet de zee mooi worden.
- 080 大器晩成 Grote vazen vragen tijd om te vormen.
- 093 亀の甲より年の功 Beter dan het schild van de schildpad: de verdienste van de jaren.
- 101 月に叢雲、花に風 Over de maan de wolken, over de bloesems de wind.
- 106 秋の日は釣瓶落とし De herfstzon valt als een emmer in de put.
- 108 月日は百代の過客にして De dagen en maanden zijn de reizigers van honderd generaties.
- 109 ゆく河の流れは絶えずして、しかももとの水にあらず De rivier stroomt zonder ophouden, en toch is het nooit hetzelfde water.
- 112 一寸先は闇 Eén duim vooruit, en het is duister.
- 114 鉄は熱いうちに打て Smeed het ijzer als het heet is.
- 157 日進月歩 Elke dag vooruit, elke maand een stap.
- 159 一年の計は元旦にあり Het plan voor het jaar wordt op nieuwjaarsochtend getekend.
- 168 菜の花や月は東に日は西に Koolzaadveld — de maan in het oosten, de zon in het westen.
- 175 花七日 Bloesems duren zeven dagen.
- 176 明日の百より今日の五十 Beter vijftig vandaag dan honderd morgen.
- 177 遠慮なければ近憂あり Zonder verre blik, nabije zorgen.
- 192 止まない雨はない Er bestaat geen regen die niet ophoudt.
- 206 人の噂も七十五日 Een gerucht leeft maar vijfenzeventig dagen.
- 209 夏草や兵どもが夢の跡 Zomergras — van de dromen der krijgers, ziedaar wat rest.
- 215 行く春や鳥啼き魚の目は泪 De lente vertrekt — vogels schreeuwen, er staan tranen in het oog van de vissen.
- 216 枯朶に烏のとまりけり秋の暮 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
- 218 雲の峰幾つ崩れて月の山 Hoeveel wolkentoppen zijn ingestort — en zie, de berg onder de maan.
- 232 春や昔十五万石の城下かな Lente — eertijds een fiere stad aan de kasteelvoet, honderdvijftigduizend koku.
- 237 千載一遇 Eén ontmoeting in duizend jaar.
- 272 六十の手習い Kalligrafie leren op je zestigste.
- 276 六日の菖蒲、十日の菊 Iris van de zesde, chrysant van de tiende: één dag te laat.
- 285 一寸の光陰軽んずべからず Acht een duim tijd niet gering.
- 286 春はあけぼの In de lente is het de dageraad.
- 289 よどみに浮かぶうたかたは、かつ消えかつ結びて、久しくとどまりたるためしなし Het schuim dat op het stille water drijft, lost hier op, vormt zich daar opnieuw, en blijft nooit lang.
- 291 花の色は移りにけりないたづらに我が身世にふるながめせしまに De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
- 300 初心の花を忘るべからず Vergeet de bloem van je begin niet.