KANAE

Tijd

40 items

  1. 009 De beste dag om te beginnen is de dag waarop je eraan denkt.
  2. 016 Verwarm het oude om het nieuwe te kennen.
  3. 026 Gemorst water keert niet terug in de schaal.
  4. 027 Spijt komt nooit vóór de daad.
  5. 065 Tijd is geld.
  6. 066 De tijd vliegt als een pijl.
  7. 067 De jaren wachten op niemand.
  8. 068 Eén leven, één ontmoeting.
  9. 071 Morgen waait de wind van morgen.
  10. 076 Alles in het leven is als het paard van de oude man.
  11. 078 Wie kan wachten, ziet de zee mooi worden.
  12. 080 Grote vazen vragen tijd om te vormen.
  13. 093 Beter dan het schild van de schildpad: de verdienste van de jaren.
  14. 101 Over de maan de wolken, over de bloesems de wind.
  15. 106 De herfstzon valt als een emmer in de put.
  16. 108 De dagen en maanden zijn de reizigers van honderd generaties.
  17. 109 De rivier stroomt zonder ophouden, en toch is het nooit hetzelfde water.
  18. 112 Eén duim vooruit, en het is duister.
  19. 114 Smeed het ijzer als het heet is.
  20. 157 Elke dag vooruit, elke maand een stap.
  21. 159 Het plan voor het jaar wordt op nieuwjaarsochtend getekend.
  22. 168 Koolzaadveld — de maan in het oosten, de zon in het westen.
  23. 175 Bloesems duren zeven dagen.
  24. 176 Beter vijftig vandaag dan honderd morgen.
  25. 177 Zonder verre blik, nabije zorgen.
  26. 192 Er bestaat geen regen die niet ophoudt.
  27. 206 Een gerucht leeft maar vijfenzeventig dagen.
  28. 209 Zomergras — van de dromen der krijgers, ziedaar wat rest.
  29. 215 De lente vertrekt — vogels schreeuwen, er staan tranen in het oog van de vissen.
  30. 216 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
  31. 218 Hoeveel wolkentoppen zijn ingestort — en zie, de berg onder de maan.
  32. 232 Lente — eertijds een fiere stad aan de kasteelvoet, honderdvijftigduizend koku.
  33. 237 Eén ontmoeting in duizend jaar.
  34. 272 Kalligrafie leren op je zestigste.
  35. 276 Iris van de zesde, chrysant van de tiende: één dag te laat.
  36. 285 Acht een duim tijd niet gering.
  37. 286 In de lente is het de dageraad.
  38. 289 Het schuim dat op het stille water drijft, lost hier op, vormt zich daar opnieuw, en blijft nooit lang.
  39. 291 De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
  40. 300 Vergeet de bloem van je begin niet.