絆
Banden
Per vorm Alle SpreekwoordenVier tekensOnvertaalbare woordenVerhalen achter uitdrukkingenHaiku · Per thema GeduldVolhardingWerkDisciplineBandenMoedNederigheidLerenLevenVallen & opstaanNatuurTijd ·
- 028 出る杭は打たれる De paal die uitsteekt, wordt teruggeslagen.
- 034 笑う門には福来る Het geluk komt naar huizen waar gelachen wordt.
- 036 類は友を呼ぶ Soort zoekt soort.
- 037 朱に交われば赤くなる Wie vermiljoen aanraakt, wordt rood.
- 038 情けは人のためならず Goedheid gaat nooit verloren.
- 039 遠くの親戚より近くの他人 Beter een goede buur dan een verre vriend.
- 041 蛙の子は蛙 Het jong van een kikker is een kikker.
- 049 十人十色 Tien mensen, tien kleuren.
- 050 蓼食う虫も好き好き Sommige insecten lusten zelfs de bittere duizendknoop.
- 052 郷に入っては郷に従え In het dorp, volg de gebruiken van het dorp.
- 053 旅は道連れ世は情け Op reis een metgezel, in het leven welwillendheid.
- 054 可愛い子には旅をさせよ Laat het kind dat je liefhebt op reis gaan.
- 055 親の心子知らず Het kind kent het hart van zijn ouders niet.
- 056 子は鎹 Het kind is de kram van het gezin.
- 057 目は口ほどに物を言う De ogen zeggen evenveel als de mond.
- 058 口は災いの元 De mond is de bron van alle ellende.
- 059 言わぬが花 Niet zeggen, dat is de bloem.
- 060 良薬は口に苦し Het goede medicijn is bitter in de mond.
- 062 人は見かけによらぬもの Mensen zijn niet wat ze lijken.
- 068 一期一会 Eén leven, één ontmoeting.
- 077 雨降って地固まる Na de regen wordt de grond vaster.
- 090 我が身をつねって人の痛さを知れ Knijp jezelf om de pijn van anderen te kennen.
- 091 魚心あれば水心 Houdt de vis van het water, dan houdt het water van de vis.
- 092 持ちつ持たれつ Elkaar dragen, beurtelings.
- 099 損して得取れ Aanvaard te verliezen om daarna te winnen.
- 107 物言えば唇寒し秋の風 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.
- 113 一寸の虫にも五分の魂 Zelfs het insect van één duim heeft zijn trots van een halve duim.
- 124 敵に塩を送る Zout sturen naar je vijand.
- 131 切磋琢磨 Elkaar slijpen en polijsten.
- 139 誠心誠意 Met heel het hart, in alle oprechtheid.
- 141 和を以て貴しとなす De harmonie voor het kostbaarste houden.
- 146 渡る世間に鬼はない In de wijde wereld wonen geen demonen.
- 147 馬が合う Samengaan als ruiter en paard.
- 148 竹馬の友 Vrienden van de bamboestelten.
- 149 船頭多くして船山に上る Te veel schippers hijsen de boot de berg op.
- 164 雀の子そこのけそこのけお馬が通る Musjes, opzij, opzij! Het paard komt voorbij.
- 165 朝顔に釣瓶とられてもらい水 Een winde heeft mijn putemmer gegrepen — ik vraag water bij de buren.
- 166 名月を取ってくれろと泣く子かな „Pak de maan voor mij!” huilt het kind.
- 173 正直は一生の宝 Eerlijkheid is de schat van een leven.
- 181 秋深き隣は何をする人ぞ Diepe herfst — mijn buurman, wat doet hij toch?
- 201 人は城、人は石垣、人は堀 De mensen zijn het kasteel, de mensen zijn de muren, de mensen zijn de grachten.
- 208 水に流す Het water laten meenemen.
- 215 行く春や鳥啼き魚の目は泪 De lente vertrekt — vogels schreeuwen, er staan tranen in het oog van de vissen.
- 217 初しぐれ猿も小蓑をほしげ也 Eerste koude regen — ook de aap zou graag een strooien manteltje willen.
- 222 我と来て遊べや親のない雀 Kom met mij spelen, musje zonder ouders.
- 223 やれ打つな蠅が手をすり足をする Sla haar niet! De vlieg wringt haar handjes, wringt haar pootjes.
- 236 適材適所 Het goede hout op de goede plaats.
- 239 単刀直入 Alleen binnengaan, sabel getrokken, recht op het doel af.
- 243 呉越同舟 Vijanden van Wu en Yue in dezelfde boot.
- 244 疑心暗鬼 Argwaan bevolkt de schaduw met spoken.
- 253 二人三脚 Twee mensen, drie benen.
- 260 立て板に水 Water over een rechtopstaande plank.
- 261 馬耳東風 Lentewind aan de oren van het paard.
- 264 会うは別れの始め Elkaar ontmoeten is beginnen afscheid te nemen.
- 270 目は心の鏡 De ogen zijn de spiegel van het hart.
- 273 世間は広いようで狭い De wereld lijkt groot, en ze is klein.
- 274 明日は我が身 Morgen ben ik het misschien.
- 277 笑いは人の薬 De lach is het medicijn van de mensen.
- 284 己の欲せざる所は人に施すことなかれ Doe een ander niet aan wat je voor jezelf niet zou willen.
- 298 天は人の上に人を造らず人の下に人を造らず De hemel schept geen mens boven de mensen, en geen mens eronder.