生
Leven
Per vorm Alle SpreekwoordenVier tekensOnvertaalbare woordenVerhalen achter uitdrukkingenHaiku · Per thema GeduldVolhardingWerkDisciplineBandenMoedNederigheidLerenLevenVallen & opstaanNatuurTijd ·
- 020 花より団子 Liever knoedels dan bloemen.
- 021 猫に小判 Goudstukken aan een kat geven.
- 026 覆水盆に返らず Gemorst water keert niet terug in de schaal.
- 027 後悔先に立たず Spijt komt nooit vóór de daad.
- 028 出る杭は打たれる De paal die uitsteekt, wordt teruggeslagen.
- 034 笑う門には福来る Het geluk komt naar huizen waar gelachen wordt.
- 035 病は気から De kwaal komt uit het gemoed.
- 041 蛙の子は蛙 Het jong van een kikker is een kikker.
- 042 鳶が鷹を生む Uit een wouw kan een valk geboren worden.
- 043 灯台下暗し De voet van de kandelaar blijft in de schaduw.
- 044 医者の不養生 De dokter verwaarloost zijn eigen gezondheid.
- 045 紺屋の白袴 De verver draagt een witte hakama.
- 048 無くて七癖 Zelfs wie denkt er geen te hebben, heeft zeven eigenaardigheden.
- 049 十人十色 Tien mensen, tien kleuren.
- 050 蓼食う虫も好き好き Sommige insecten lusten zelfs de bittere duizendknoop.
- 051 住めば都 Waar je woont, wordt de hoofdstad.
- 053 旅は道連れ世は情け Op reis een metgezel, in het leven welwillendheid.
- 059 言わぬが花 Niet zeggen, dat is de bloem.
- 061 馬子にも衣装 Kleren sieren zelfs de stalknecht.
- 062 人は見かけによらぬもの Mensen zijn niet wat ze lijken.
- 064 早起きは三文の徳 Vroeg opstaan is drie stuivers winst.
- 069 一石二鳥 Eén steen, twee vogels.
- 070 一日一善 Elke dag één goede daad.
- 072 棚からぼた餅 Een rijstgebakje dat van de plank valt.
- 073 渡りに船 Een boot, net op het moment van oversteken.
- 075 百害あって一利なし Honderd schaden, geen enkele baat.
- 084 楽あれば苦あり、苦あれば楽あり Na het gemak komt de moeite, na de moeite komt het gemak.
- 086 二度あることは三度ある Wat twee keer gebeurt, gebeurt ook een derde keer.
- 097 帯に短し襷に長し Te kort voor een gordel, te lang voor een koord.
- 098 海老で鯛を釣る Met een garnaal een zeebrasem vangen.
- 100 安物買いの銭失い Goedkoop kopen is je geld verliezen.
- 103 柳の下にいつも泥鰌はいない Onder de wilg zit niet altijd een modderkruiper.
- 105 風が吹けば桶屋が儲かる Als de wind waait, wordt de kuipenmaker rijk.
- 111 花は盛りに、月は隈なきをのみ見るものかは Moet je de bloesems alleen in volle bloei bekijken, de maan alleen zonder wolk?
- 112 一寸先は闇 Eén duim vooruit, en het is duister.
- 115 隣の花は赤い De bloemen van de buurman zijn roder.
- 116 足るを知る Weten wat genoeg is.
- 117 起きて半畳、寝て一畳 Staand een halve tatami, liggend een hele.
- 118 腹八分目に医者いらず Een maag voor acht tienden gevuld heeft geen dokter nodig.
- 119 過ぎたるは猶及ばざるが如し Te veel is als te weinig.
- 127 大は小を兼ねる Het grote omvat het kleine.
- 128 宝の持ち腐れ Een schat die je laat bederven.
- 129 下手の横好き Onhandig, maar bezield.
- 135 晴耕雨読 Ploegen bij zon, lezen bij regen.
- 140 質実剛健 Oprechte eenvoud, stille kracht.
- 142 頭隠して尻隠さず Je hoofd verbergen en je achterste laten zien.
- 143 二階から目薬 Oogdruppels toedienen vanaf de eerste verdieping.
- 144 焼け石に水 Water op een gloeiende steen.
- 145 泣きっ面に蜂 Een bij op een betraand gezicht.
- 146 渡る世間に鬼はない In de wijde wereld wonen geen demonen.
- 154 苦は楽の種 De moeite is het zaad van de vreugde.
- 156 山あり谷あり Er zijn bergen, er zijn dalen.
- 158 身から出た錆 Roest komt uit de kling zelf.
- 166 名月を取ってくれろと泣く子かな „Pak de maan voor mij!” huilt het kind.
- 170 喉元過ぎれば熱さを忘れる Voorbij de keel is de brand vergeten.
- 171 火のない所に煙は立たぬ Geen rook zonder vuur.
- 172 悪銭身に付かず Slecht verworven geld blijft niet.
- 173 正直は一生の宝 Eerlijkheid is de schat van een leven.
- 174 嘘つきは泥棒の始まり De leugen is het begin van de diefstal.
- 176 明日の百より今日の五十 Beter vijftig vandaag dan honderd morgen.
- 195 犬も歩けば棒に当たる Zelfs de hond die uitloopt, komt iets tegen.
- 200 人の一生は重荷を負うて遠き道を行くが如し Het leven van een mens is een lange weg, afgelegd met een last; haasten dient tot niets.
- 210 旅に病んで夢は枯野をかけ廻る Ziek op reis — mijn dromen dolen nog over de dorre vlakte.
- 219 この道や行く人なしに秋の暮 Deze weg — niemand anders die hem gaat. Herfstavond.
- 220 雪とけて村いっぱいの子どもかな De sneeuw is gesmolten — het dorp stroomt vol kinderen.
- 221 めでたさも中位なりおらが春 Een geluk, heel middelmatig, welbeschouwd — mijn eigen nieuwjaar.
- 222 我と来て遊べや親のない雀 Kom met mij spelen, musje zonder ouders.
- 224 うまさうな雪がふうはりふはりかな Wat ziet ze er lekker uit, de vallende sneeuw — vlokkig, donzig.
- 226 夏河を越すうれしさよ手に草履 Wat een geluk, de zomerrivier over te steken, sandalen in de hand!
- 229 釣鐘にとまりて眠る胡蝶かな Op de grote klok neergestreken slaapt een vlinder.
- 230 いくたびも雪の深さを尋ねけり Telkens en telkens weer vraag ik: de sneeuw, hoe hoog ligt hij nu?
- 231 鶏頭の十四五本もありぬべし Hanenkammen — het moeten er wel veertien of vijftien zijn.
- 244 疑心暗鬼 Argwaan bevolkt de schaduw met spoken.
- 245 五里霧中 Verdwaald in vijf mijl mist.
- 250 朝三暮四 Drie 's ochtends, vier 's avonds.
- 255 手前味噌 Je eigen miso prijzen.
- 256 猫の手も借りたい Zelfs de poten van de kat zou je willen lenen.
- 257 月とすっぽん De maan en de moerasschildpad.
- 258 骨折り損のくたびれ儲け Als enige winst voor de moeite: de vermoeidheid.
- 262 高嶺の花 De bloem op de hoge top.
- 263 見ぬが花 Wat je niet hebt gezien, is de bloem.
- 265 無理が通れば道理引っ込む Waar het onrecht doorgang vindt, trekt de rede zich terug.
- 266 泣く子と地頭には勝てぬ Tegen een huilend kind en een plaatselijke heer wint niemand.
- 267 残り物には福がある In wat overblijft, schuilt geluk.
- 268 腹が減っては戦ができぬ Een lege maag voert geen oorlog.
- 269 花は折りたし梢は高し Je zou de bloem willen plukken, maar de tak is hoog.
- 271 名は体を表す De naam onthult het wezen.
- 273 世間は広いようで狭い De wereld lijkt groot, en ze is klein.
- 275 長い物には巻かれろ Laat je omwikkelen door wat langer is dan jij.
- 290 やまとうたは、人の心を種として、万の言の葉とぞなれりける De Japanse poëzie heeft het mensenhart als zaad, waaruit myriaden bladeren van woorden groeien.
- 291 花の色は移りにけりないたづらに我が身世にふるながめせしまに De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
- 294 智に働けば角が立つ。情に棹させば流される。意地を通せば窮屈だ。 Te veel verstand stoot. Te veel gevoel sleurt mee. Te veel wil knelt. Waarlijk, de mensenwereld is moeilijk bewoonbaar.
- 296 家は漏らぬほど、食事は飢えぬほどにて足る事なり Een huis dat niet lekt, maaltijden die de honger stillen: dat volstaat.
- 301 われ、ただ足るを知る Ik ken slechts het genoeg.
- 304 蒔かれた場所で咲きなさい Bloei waar je gezaaid bent.